dinsdag 28 mei 2013

Ingezonden brief.

Schrijfvaardigheid: Publieksgerichtheid.

Ik wil graag reageren op het artikel van de heer Sanders van 7 mei 2012. Daarin zegt hij dat dodenherdenking een “Jodenherdenking” wordt. Dit vanwege acties die Joodse organisaties ondernemen om dodenherdenking Joodvriendelijk te houden.
Ik ben het hier niet mee eens. Ik vind dat hij sterk overdrijft. Hij zegt bijvoorbeeld: ‘Als Auke de Leeuw, een jongen van vijftien, op de Dam een gedicht wil voordragen waarin hij een oudoom herdenkt die koos voor een verkeerd leger, dan weet het Nederlands Auschwitz Comité dit te voorkomen’. En: ‘Belangenvereniging Federatief Joods Nederland voorkwam via de rechter dat tijdens de dodenherdenking in Vorden, Gelderland, ook tien Duitse dienstplichtigen werden herdacht.’Als die twee acties alles zijn, zie ik niet in waarom de heer Sanders dit Joodse monopolisering noemt. Twee gevalletjes betekent nog niet dat ze oppermachtig zijn. Ik vind dat hij hier erg overdrijft.
 Bovendien denk ik dat die twee organisaties helemaal niet zo veel kunnen bereiken. Maar 0,3% van de Nederlandse bevolking is Joods, en maar een handjevol van die mensen zitten in die organisaties. Zelfs sommige mensen die de oorlog hebben meegemaakt zijn het soms niet met bovengenoemde organisaties eens. Als de  steun voor die organisaties groter was geweest, dan was ik het met de heer Sanders eens geweest, maar nu zeker niet.
Ook belangrijk om niet te vergeten, is dat die Joodse verenigingen heel erg weinig invloed kunnen uitoefenen op herdenkingen die mensen thuis houden. Als mensen daar een oudoom of Duitse dienstplichtigen willen herdenken, wie kan ze dan tegenhouden? Zeker niet zo’n klein groepje mensen.
Ik vind dat de heer Sanders zich te druk maakt. Het zijn maar weinig mensen die die “Jodenherdenking” steunen, en de rest van de mensen kan geloven wat hij of zij wil.



Nelson Waakop Reijers.

dinsdag 14 mei 2013

Interview: Gijs Anders van Straalen.


Dit interview is met Gijs Anders van Straalen. Hij percussionist, 39 jaar en woont in Gorinchem. Hij drumt sinds zijn vijfde en heeft sinds zijn negende les. Hij is afgestudeerd aan het conservatorium van Amsterdam en heeft daarnaast ethno-musicologie gedaan. Ik heb hem geïnterviewd omdat ik later zelf ook iets met drums of percussie zou willen doen.

Goed, wat doe je als percussionist precies?

Nou, dat is meteen al een lastige vraag. Er zijn megaveel soorten percussie. Dat komt doordat er zo veel culturen zijn met hun eigen muziek. Zelf maak ik onderscheid tussen een paar groepen. Dan zeg ik er wel bij dat de grenzen vaag zijn en er veel cross-overs gemaakt worden. De eerste is echt drummers. Dan heb je ook traditionele muzikanten. Dat zijn muzikanten die geworteld zijn in een bepaalde cultuur of een land, zoals Cuba of Brazilië. Dan zijn er mensen, zoals ik, die ik nieuwe percussionisten noem, die vanuit hun Jazz-/Popachtergrond muziekinstrumenten uit tweede hand leren. Die proberen om niet-Westerse muziekinstrumenten en –stijlen in te passen in Westerse muziek. In de jaren ’50 is dit begonnen. De laatste categorie is de klassieke slagwerker. Dat zijn de mensen die vanuit een Westerse achtergrond spelen. Ik zeg er meteen bij, dat sinds de jaren ’50, maar vooral de laatste 20 jaar veel klassieke slagwerkers in de leer gaan bij buitenlandse meesters, bijvoorbeeld muziek uit India, wat als de top voor ritmiek geldt.

Ok. Zijn percussieinstrumenten vooral ritmisch of melodisch?

Ah, grappig dat je dat nu zegt. In eerste instantie zou je denken dat het vooral ritmisch is, maar bijvoorbeeld een Cubaanse of Antiliaanse percussionist ziet dat echt als melodisch instrument. Steeldrums of conga’s bijvoorbeeld. Dingen als bijvoorbeeld een tamboerijn of triangel zijn erg ritmisch, als moeten de goeie toonhoogte hebben. Anders verstoren ze de melodie. Je begint vaak als ritmemaker, maar naarmate je vordert wordt je steeds melodischer. Dat is vaak de ontwikkeling bij percussionisten.

Dat sluit wel mooi aan op de volgende vraag. Is het dan ook belangrijk voor de andere muzikanten?

Dat ligt er heel erg aan of het bij de basis van de muziek hoort. Je vindt altijd zelf dat je niet gemist kan worden. Dat stuk van jou bijvoorbeeld (La Gazza Ladra, Rossini), waar je opent met een roffel, die hoort dan bij het stuk. Zonder die roffel is het stuk er niet. Maar als je bijvoorbeeld in popmuziek de shaker of tamboerijn weghaalt, flowt het een stuk minder, maar de band speelt gewoon door. Als er in een band wordt bezuinigd, zijn dat meestal de blazers en de percussionisten.

Maar die percussie is vaak wel met de computer te programmeren.

Dat is waar, maar dan zit je vast aan een bepaalde clicktrack. Het is niet zo dat er iemand echt meeflowt. Het is dan vaak wel zo dat de drummer dan een paar dingen als tamboerijn enzo erbij neemt, maar het is niet hetzelfde. Nog ergeros het, als een zanger of zangeres het doet .

Dan wordt het zeker weer een ritme-instrument?

Ja, maar het is gewoon niet hetzelfde als een percussionist die reageert op wat de rest van de band doet. Bepaalde muziek kan niet zonder, zoals Braziliaans. Het kan wel met een drumstel, maar dan zie je vaak dat de drummer er nog een paar extra dingen bij heeft. Het kan wel, maar liever niet.

Je zei net dat er heel veel verschillende stijlen zijn qua percussie, maar moet je je daar dan ook veel in bijscholen?

Zeker. Je moet veel leren. Ik heb al snel gemerkt dat het godsonmogelijk is om echt alles te kunnen. Ik heb mensen gezien die megagoed zijn in conga, of marimba, maar die hebben gekozen om zich daarin te specialiseren en daar te beste in te worden. Voor mij werkt dat niet. Het is wel handig om enigszins keuzes te maken. Ik speel met een hele hoop verschillende instrumenten, maar ik heb wel keuzes gemaakt om me in een paar instrumenten te verdiepen en te blijven verdiepen. Cajon is er een van, Pandero, Bongo en handpercussie, zoals shakers, tamboerijn, en udu. Vooral udu. Dat is ritmisch zo’n complex instrument dat ik daar elke dag wel een half uur mee probeer te oefenen. Dat is voor mijn werk belangrijk, zodat het groovet, maar ook vind ik het gewoon kicken om te doen. Dat je met een mandje en een shakertje en dat soort dingen een groove kunt neerzetten, en daar de wereld mee over kan, zoals ik. Dat zijn de instrumenten waar ik het meeste aan doe. Maar sinds kort ook elektronische drums. Als ik bijvoorbeeld een stukje moet spelen wat in de studio prima te doen is, maar live niet, kan ik het opnemen, zodat ik live nog wel mezelf hoor. Dat vind ik fijn, met mezelf meespelen. Het is dus in het algemeen belangrijk om keuzes te maken. Ofwel voor een bepaalde stijl, ofwel voor een bepaald idioom, zoals Jazz. Als ik bijvoorbeeld gebeld zou worden om pauken te spelen, zou ik zeggen “hier is het nummer van Nelson, bel hem maar”, want ik kan dat niet. Daar moet je ook eerlijk in zijn.

Ok, de volgende vraag past hier ook wel een beetje bij: wat zijn de instrumenten die je altijd bij je hebt?

Dat is echt een hele goede vraag. Stel, ik zou gebeld worden door een artiest waarvan ik  de muziek niet echt ken, zou ik die dingen waarin ik gespecialiseerd ben meenemen.

Goed, we gaan nu op een iets ander onderwerp over. De volgende vraag is met wie jij nu allemaal samenspeelt.

Ik speel nu met Wouter Hamel, daar speel ik al een paar jaar mee.

Dat is toch ook een van je grotere projecten?

Ja, ik speel daarmee allemaal heel grote festivals, ook op veel verschillende plekken in de wereld, zoals Azië.
Ik heb ook een soloproject, Blistered. Ik heb ook pas een tour met Janne Schra gedaan. Maar ik heb zoveel verschillende dingen gedaan, van Hiphop tot Jazz, echt te gek.

Verlopen die projecten meestal goed?

Ja, altijd wel eigenlijk.

Zijn er wel projecten die minder goed verlopen zijn?

Nee, die zijn altijd wel goed verlopen. Er zijn wel tours waarmee ik het niet altijd muzikaal met mensen kon vinden. Die zijn dan wel goed, maar ze hadden niet helemaal mijn stijl. Maar als het wel goede muziek is, vind je wel altijd een plek waar je denkt: “Hé, hier kan ik wel mijn ding doen”. Ik wordt tegenwoordig wel steeds compromislozer. Dus dat wil zeggen dat ik minder geneigd ben om mijn stijl aan te passen aan wat er gevraagd wordt.

Dan ga je dus echt een eigen stijl ontwikkelen?

Ja, op een gegeven moment wil ik wel dat mensen me gaan vragen om wat ik meebreng, in plaats van dat ze iemand nodig hebben die toevallig op een tamboerijn kan spelen. Dat is ook prima. Voor mij is dat op moment alleen minder belangrijk. Daarom ben ik Blistered begonnen. Zodat ik meer mijn ding kan doen. Dat het dan geen commerciële waarde heeft. Dat je iets kan maken wat jij dan 100 % bent. Dat je als je tachtig bent en een cd opzet, je dan kan zeggen “hier hoor ik mezelf’. Dat is nu niet altijd zo. Dat kan ook niet altijd. Mensen doen er soms verstandig aan om niet te veel naar mij te luisteren. Dat ga jij ook merken. Daarom moet jij er iets bij hebben waarvan je denkt: “nu ga ik mijn eigen ding doen”. Iets waarvan je denkt: Dit is van mij. Je kan nu iets verzinnen, en meerdere mensen zeggen dan: “Hé, dat is leuk” en voor je het weet sta je al op het podium en heb je een tour. Dat is de kracht van muziek.

Goed. Zijn er ook nog dingen die je van plan bent in de toekomst?

Ja. Waar we het net nog over hadden, mezelf meer neerzetten als een artiest dan als een sessiespeler. Sessiespel is leuk hoor, maar ik zou het leuk vinden als ik meer gevraagd zou worden om het artistieke dat ik meebreng.

Ok, nu het volgende deelonderwerp. Hoe kun je al die dingen goed inpassen in je leven?

Door van week tot week en van dag tot dag een agenda te maken. Dat geldt niet alleen voor muziek, maar ook voor je gezinsleven, privé-leven, vrije tijd. Soms moet je gewoon een kruis zetten in je agenda. Maar ik zeg vaak ’s avonds dat ik de studio inga, want het is wel nodig. Je moet je vak wel onderhouden, je moet studeren zodat je blijft groeien. en niet alleen de dingen spelen die je al tien jaar speelt.

Heb je wel eens problemen gekregen met de tijd indelen?

Ja, zeker. Dan probeer je onderweg nog te schrijven. Het gebeurd niet vaak, maar soms wel. Dat is wel irritant.

Goed, laatste deelonderwerp. Verdien je er genoeg aan om ervan te kunnen leven.

Vaak wel en soms ook niet. Dat ligt eraan welk project het is en of je werk hebt. Je moet altijd een beetje sparen, en je moet altijd vooruit denken. Proberen witte vlekken in je agenda vol te krijgen. Dat is soms lastig. Maar, wat het is, ik heb wel lang geleden besloten dat het avontuur een essentieel onderwerp van mijn beloning. Ik verdien liever wat minder, maar zit wel elk jaar drie keer in Tokio. En dan denk ik, tja, ik mag dan wel niet zoveel verdienen als een advocaat, maar wat ik heb meegemaakt, zelfs als ik nu zou stoppen, dan heb ik voor de rest van mijn leven verhalen. Mensen die ik ontmoet heb, plekken waar ik ben geweest, dat is het enige wat voor mij telt uiteindelijk. Geld kun je niet meenemen, maar herinneringen blijven.

Zou je het dan ook aanraden? Of alleen aan een bepaalde groep mensen?

Aan een bepaald type. Als je niet tegen onzekerheid kan, niet doen. Een ander ding is, dat je een flexibele geest moet hebben, maar ook erg gedisciplineerd moet zijn, kritisch zijn voor jezelf. Dat is een gekke combinatie. Alle goede muzikanten die ik ken, hebben dat. Als ik een gig speel, kunnen we tot een paar seconden voor het begin keten, maar op het moment  dat de eerste noot gespeeld is, is iedereen gefocust. Dan gaat er een knop om. En die knop moet je hebben. Het is niet als een schilderij dat je kunt aanpassen. Als het gespeeld is, is het gespeeld en komt het niet meer terug, nooit meer. Het vraagt dus een bepaalde persoonlijkheid.

Als je zo’n persoonlijkheid hebt, zou je het dus kunnen doen?

Dan nog zijn er heel veel voorwaarden, de persoonlijkheid is er maar een voorwaarde van.

Goed, dat waren alle vragen. Heel erg bedankt!

dinsdag 12 februari 2013

Op de hals halen = betalen!

Mensen die bewust een gezondheidsrisico nemen, moeten meer ziektekosten betalen.

Veel mensen nemen bewust een gezondheidsrisico, door bijvoorbeeld te roken, drinken of te veel te eten. Als deze mensen er gezondheidsproblemen door krijgen, worden die (gedeeltelijk) door de ziektekostenverzekering betaald. Ik vind dat die mensen meer ziektekosten moeten betalen. Hiervoor heb meerdere argumenten. Ook behandel ik enkele tegenargumenten.
  1. Stimulans om te stoppen.
  2. Ze kunnen overlast veroorzaken.
  3. Het kost de overheid geld.
  4. Andermans geld wordt niet goed uitbesteed.
  5. Tegenargument: Ziektekosten zijn toch bedoeld om mensen met gezondheidsproblemen te helpen?
Argument 1.

Mensen met een gezondheidsprobleem moeten daar natuurlijk vanaf komen. Maar als ze het hadden kunne voorkomen, was dit niet nodig geweest. Als die mensen als een soort bestraffing meer ziektekosten moeten betalen, zijn ze meer geld kwijt en dat vinden ze niet leuk. Dit zou een extra stimulans kunnen zijn om te stoppen met roken of iets anders. Als ze dan gestopt zijn, hoeven ze die extra kosten niet meer te betalen.
Argument 2.
 Sommige verslavende stoffen kunnen agressief gedrag opwekken bij het gebruik ervan. Hier kunnen andere mensen last van hebben, als ze bijvoorbeeld worden aangevallen. Hier komen ook ziektekosten vandaan. Doordat verslaafden extra geld betalen, is er meer geld beschikbaar voor dat soort gevallen. Ook kunnen mensen er op andere manieren last van hebben. Daarom zouden deze extra kosten als een soort bestraffing op de normale kosten gelegd kunnen worden.

Argument 3.
Vooral verslaafde mensen kunnen de overheid geld kosten. Verslavingen gaan vaak samen of monden uit in misdaden. De meeste mensen in gevangenissen zijn dan ook ergens aan verslaafd. Als iemand in de gevangenis belandt, betaalt de overheid hun ziektekosten. Als dat soort mensen extra ziektekosten zouden betalen voor hun gevangenschap, zou daar dat geld vandaan komen in plaats van van de overheid. Ook zijn mensen met verslavingen, maar ook met overgewicht e.d. eerder arbeidsongeschikt, en dat is nooit goed voor de maatschappij. Die mensen bouwen zo ook een kleiner pensioen op, en daar kunnen ze later ook problemen mee krijgen

Argument 4.
Verlavingsprogramma's kosten geld. Deze programma's worden betaald uit de ziektekostenfondsen. Andere mensen betalen hier aan mee. Ik vind dit niet eerlijk, want ze hebben het probleem zelf veroorzaakt. Daar hoef jij niks aan te doen. Als ze zelf meer geld zouden betalen, zouden zij zelf betalen voor hun verslaving.
Tegenargument.
Je kan nu natuurlijk zeggen: Maar ze hebben een gezondheidsprobleem, en het ziektekostenfonds is toch juist bedoeld om dat op te lossen? Dit is ook mijn tegenargument. Het is wel waar dat het ziektegeld moet worden besteed aan de kosten van gezonheidsproblemen van mensen. Maar dit moeten wel ongelukken zijn.  
En een verslaving is helemaal geen ongeluk. Daar had je zelf iets aan kunnen doen. Hier wordt ook weer duidelijk gemaakt dat die extra kosten een soort bestraffing zijn. Dus dit argument vind ik dus niet goed.

Slot.
Ik vind dus dat mensen met bewust genomen gezondheidsproblemen meer ziektekosten moeten betalen. Dit vind ik omdat die mensen andere mensen kunnen lastigvallen, het ziektegeld niet goed laten uitbesteden en de overheid geld kunnen kosten. Ook kan het later een probleem voor henzelf worden. Doordat ze meer kosten betalen, zijn ze eerder geneigd om te stoppen en kan dit allemaal voorkomen worden. Dus met een verslaving of overgewicht of zoiets anders, moet je meer bestraffing hebben dan het feit dat je dat probleem hebt.

donderdag 7 februari 2013

Klachtenbrief.

N. Waakop Reijers
Martinus Nijhoffstraat 26
4207 RR Gorinchem
0183-628224
nelson.waakopreijers2@gmail.com

Buitensportwinkel Hamster bv
Oude Gracht 31
2011 GL Haarlem

Gorinchem, 7 februari

Geachte meneer Woudstra,

Ik heb een klacht over een paar schaatsen die ik kort geleden bij uw winkel gekocht heb.

In oktober heb ik een paar afgeprijsde schaatsen besteld. Uw personeel heeft deze bestelling echter niet doorgegeven.

In november kwam ik in uw winkel terug en kwam ik erachter dat mijn bestelling niet was doorgegeven en dat die soort schaatsen bovendien uitverkocht was. Daarom moest ik een ander paar kopen, waardoor ik €25 meer kwijt was dan ik gepland had.

Al bij de eerste training trok ik de veterbevestiging kapot. Toen was ik het zat en ging ik terug naar uw winkel, om mijn geld terug te vragen. Uw personeel bood nog aan de schaatsen te laten repareren, maar dit wilde ik niet meer. Mijn geld kreeg ik echter niet terug. In plaats daarvan ontving ik een tegoedbon die binnen twee maanden in uw winkel besteed moet worden.

Mijn klacht is dat ik niet tevreden ben over de service in uw winkel en de kwaliteit van uw producten. Ik vraag u nogmaals vriendelijk om mij mijn geld terug te geven. Als dit niet gebeurt, voel ik me genoodzaakt de klacht bij de consumentenbond in te dienen.

Ik verwacht binnen twee weken antwoord terug.

Hoogachtend,

N. Waakop Reijers.

dinsdag 8 januari 2013

Een schot in de roos voor de GDC.


Eindelijk plezier beleven aan het goede doel.

Donderdag 20 december 2012, Gorinchem - Op het Gymnasium Camphusianum organiseert de Goede Doelen Commissie (GDC) het hele jaar door acties om geld in te zamelen. In december was dit altijd de kerstmarkt. Maar dit jaar is er iets anders georganiseerd, namelijk de kerstkermis. Dit is iets heel anders qua aanpak en schaal. Uit onderstaande zal blijken dat deze actie veel succesvoller is geweest dan de oorspronkelijke kerstmarkt.

Plezier en poen.

Er waren een heel aantal dingen te doen op deze kerstkermis. Een van de eerste dingen die ik gedaan heb was de levende fruitmachine. Hierbij stonden 3 docenten op een rij en pakten op commando alle drie een stuk fruit uit een doos. Als dit drie dezelfde stukken fruit waren, won je een prijs. Ook een winstgevend evenement was het kapotgooien van ballonnen met pijltjes, voor mij dan. Andere evenementen waren de wiskundedocent bekogelen met sponzen, een dancebattle tegen de natuurkundedocent en je toekomst laten voorspellen door het orakel. Ook liepen er twee 'zwervers' rond en was er heel wat eten en drinken te koop. Voor elk wat wils dus. Dit betekende dat er door iedereen erg veel lol werd gemaakt en dat er veel geld werd uitgegeven. In dat opzicht is er meer succes geboekt dan met de kerstmarkten in de voorgaande jaren.
Het betere werk.
Persoonlijk vind ik dit een van de betere acties van de GDC. Voorgaande acties hebben bij mij en anderen geen goede herinneringen achtergelaten. De euro-actie is hier het beste voorbeeld van. Iedereen die hier aan mee moest doen mopperde aan een stuk over die vreselijke taak van de GDC. De kerstkermis zorgt echter voor meer vrolijkheid en een groter enthousiasme om de GDC te steunen. Dit enthousiasme was ook bij de kerstmarkt vorig jaar niet terug te vinden. Het feit dat dat dit jaar wel zo is, is een garantie voor succes.

Al met al is te zeggen dat de kerstmarkt een groot succes was. Ik zou zeggen: Doe dit volgend jaar weer!


Schrijfdoel: Informatief. Benaderingswijze: Persoonlijk.

donderdag 1 november 2012

Zakelijke brief.

Nelson Waakop Reijers
Martinus Nijhoffstraat 26
4207 RR Gorinchem
0183-628224
nelson.waakopreijers2@gmail.com


Mr. Gerards en Mrs. Dean
Vroedschapstraat 11
4204 AJ Gorinchem


Gorinchem, 1 november 2012


Uitwisseling Amerika


Geachte Mr. Gerards en Mrs. Dean

De aanmeldingen voor het uitwisselingsprogramma naar Amerika zijn weer begonnen. Ik wil me graag opgeven om mee te gaan.

Ik vind Engels leuk en ik ben er erg goed in.

Ik denk dat ik door deze reis mijn spreekvaardigheid kan verbeteren.

Het lijkt me geweldig om naar Amerika te gaan want er zijn verschillende dingen te doen die ik in Nederland niet kan doen, zoals Whale Watching. Ook vind ik dat er erg goede bands vandaan komen, zoals Slipknot en Metallica. Ik zou graag zelf willen zien dat alles echt zoveel groter is dan hier.

Reizen op zich vind ik interessant, maar ik heb er weinig gelegenheid voor. Dit is voor mij een buitenkans.

Ik verheug me erop om mee te gaan, en ik hoop dat ik in aanmerking kom.


Met vriendelijke groet,


Nelson Waakop Reijers.

zondag 7 oktober 2012

De BAGger werkweek.

Een weekje lekker baggeren.

In week 39 hebben we van maandag tot vrijdag de BAGger werkweer gehad. De BAGgerweek is een week waarin je onderzoeken doet voor verschillende onderdelen: Chemische en biologische waterkwaliteit, aardrijkskunde, beeldende vorming en fruitteelt. Dit hebben we gedaan bij de wiel van Bassa en de Diefdijk in Schoonrewoerd. Onze verblijfplaats was de boerderij van dhr. Scherpenzeel.

Hoe gaat dat allemaal? 
Elke dag ga je met je groepje eerst rond de boerderij en de wiel werken. Hierbij moest je zoveel mogelijk informatie en ander materiaal verzamelen, onderzoek doen, enz. In de middag moet daar een poster bij gemaakt worden. De maandag na de BAGgerweek moet je van een van de posters een netposter maken.

Dag 1: Chemische waterkwaliteit.
Op dag een heb ik met mijn groepje de chemische waterkwaliteit onderzocht van twee verschillende waterbronnen: slootwater en regenwater. Vervolgens hebben we aan de hand van indicatoren, vergelijkingspapiertjes en de 'BAGger chemiebundel' het verschil in waterkwaliteit van deze bronnen onderzocht. Op een poster hebben we het resultaat van dit onderzoek gezet en daar een 6,5 voor gehaald.

Dag 2: Fruitteelt.

Op dag twee hebben ik en mijn groepje een onderzoek naar fruitteelt gedaan. Voor dit onderzoek zijn we met een paar andere groepen en mr. van Diggelen en mevr. Van Arum naar een laagstamboomgaard gegaan, en daarna naar een hoogstamboomgaard. Ook hierbij hebben we een poster gemaakt, en daar hebben we een 6,1 voor gehaald.

Dag 3: Aardrijkskunde.

Op de derde dag van BAGger hebben ik en mijn groepje aardrijkskunde gedaan. we hebben toen onderzocht waarom de Diefdijk twee keer op dezelfde plek is doorgebroken. Hiervoor hebben we de grondsoort onderzocht en de vorm van de Diefdijk gemeten. Aan de hand hiervan en de theorie die we in de les hebben gehad hebben we hier ook weer een poster van gemaakt en een 7 verdiend.

Dag 4: Beeldende vorming.

De vierde dag was beeldende vorming. Eerst moest iedereen minstens vier schetsen maken van elementen uit de omgeving. In de middag hebben we daar een groot portret van gemaakt. Dit portret mocht geschilderd of getekend zijn. Voor het eindresultaat hebben we een 6,5 gehaald.

Dag 5: Biologische waterkwaliteit.

Op de laatste dag van de BAGgerweek hebben we de waterkwaliteit biologisch onderzocht. Daarvoor hebben we met gekeken welke beestjes er in welke hoeveelheid voorkwamen in  twee soorten water. Hieruit hebben wij een conclusie getrokken en daar een laatste poster van gemaakt. Daar hebben we een 7 voor gehaald.

Dag 6: BAGger poster dag.

Op de BAGger poster dag hebben we een netposter gemaakt van de biologische waterkwaliteit. We hebben hier veel meer tijd voor gekregen dan in de BAGgerweek zelf. Deze poster werd een stuk strenger beoordeeld, maar we hebben hem kwalitatief niet kunnen verbeteren. Het cijfer weten we nog niet.

Slot.

De BAGger was, kort gezegd, een druk weekje. Al het onderzoeken en posteren moest in een korte tijd gedaan worden, daardoor kwamen we elke dag in tijdnood . Gelukkig hebben we geen onvoldoendes gehaald. Ons groepje was niet geweldig qua samenwerking, maar echte ruzies zijn niet ontstaan. Ondanks dat alles was het toch heel leuk om te doen, vooral het veldwerk. Ik denk dat vele andere leerlingen net zoveel plezier gaan beleven aan de BAGgerweek als ik. Nu nog even blijven zitten om het opnieuw te kunnen doen!